You’ve gotta fight, for your right, to … Panauti!

Ik heb nog maar zelden een Nepalees horen roepen. Laat staan zien vechten. Tot vandaag. De aanleiding? De bus naar Paunauti. En dus ook: het benzinetekort, de nieuwe Nepalese grondwet en de blokkades aan de grens met India.

Al 45 dagen lang wordt alle benzine, gas en een heleboel andere producten tegengehouden aan de grens met India. Zelfs het Belgische nieuws berichtte daarover. Het is een kleine politieke partij die voornamelijk aanhang kent in het zuiden van het land, de Tarai, die alles blokkeert.
Deze partij is niet tevreden met de nieuwe grondwet. Deze grondwet is nochthans een hele stap vooruit voor Nepal. Al zo’n 10 jaar lang heeft Nepal een soort van interim-grondwet. Eindelijk kwam er, kort na de aardbeving, schot in de zaak. Met als kers op de taart een vrouw die sinds deze week officieel het land leidt. Daarover schrijf ik meer een volgende keer.

Terug naar dat gevecht voor de bus.
Doorgaans is er om de 5 à 10 minuten een bus van Kathmandu naar Panauti. Maar gezien het nijpende benzinetekort rijden er veel minder bussen dan normaal. Na zo’n 45 minuten wachten aan de ‘halte’ in Kathmandu, zette een massa mensen zich plots in beweging. Blijkbaar kwam de bus in de verte aangereden, en wilde deze massa mensen allemaal een plekje veroveren. Ik ook. Ik was de enige die niet wist hoe dat tegenwoordig in zijn werk gaat.

Tot iemand die ik vaag kende, en me wilde helpen, mijn zak uit mijn handen trok, en die door het raam van de bus op één van de zetels gooide. ‘Your seat’, zei hij. ‘Thank you’, stamelde ik. Mijn stoel was verzekerd. Ik ging dan maar snel de bus op. Vanop mijn stoel sloeg ik het tafereel verder gade. Er werd zelfs aan de haren getrokken. Plots werd er een kindje door hetzelfde venser naar binnen geduwd als de zak die mijn plaats had moeten verzekeren. Dat kind moest blijkbaar de stoel naast me vrijhouden voor haar mama, papa en al hun bagage.
Ik hielp het kind dan maar door het raam, nadien alle bagage die volgde, en hield de stoel vrij voor mama en papa. Het meisje bleef de hele rit rustig zitten op mijn schoot. Zij vond alles duidelijk normaal. Ik niet.
Dat de rit dubbel zo lang duurde als ik gewend ben, vond ik niet erg. Ik had twee uur de tijd om de taferelen te aanschouwen die zich buiten afspeelden.

Vroeger duurde zo’n rit ook weleens langer dan voorzien. Dan was dat omdat de bus vast stond in het drukke verkeer. De baan tussen Kathmandu en Panauti kan je, op elk uur van de dag, vergelijken met het verkeer op de Brusselse ring, maar dan véél chaotischer.
Vandaag niet. Het leek eerder een stille zondagochtend. Er was amper verkeer. Behalve wanneer er een tankstation naderde. Dat kon je van twee kilometer ver al zien. Een rij van stilstaande auto’s, moto’s, bussen en taxi’s. De chauffeurs staan uren in de rij om enkele liters benzine te krijgen. Uiteraard zijn ze daar spaarzaam mee, en ligt het verkeer dus grotendeels stil. Maar niet alleen het verkeer natuurlijk. Ook het leven, en de heropbouw van het land.

 

Afbeelding: www.ibtimes.co.uk